Navigation Menu+

Quercus rubra

Posted on nov 26, 2012 by in F, Fagaceae |

Morfologie

De uitwendige bouw en vorm van organismen en hun organen.

Algemeen

De Quercus rubra is een bladverliezende loofboom die veelal een rechte stam heeft. Hoogtes tot 35 meter kunnen bereikt worden bij goede condities. Een hoogte van 15 tot 30 meter mag echter verwacht worden. Groeit relatief snel. Amerikaanse eiken kunnen eerder oud worden met een leeftijd van 150 jaar.

Kroon


De kroon is breed (tot meer dan 15 meter diameter), koepelvormig en kan neigen naar een bolronde vorm. De stam vertakt sterk en zware takken komen voor in kransen resulterend in een half open kroon.

Schors


Schors is herkenbaar aan de relatief gladde zilvergrijze tot bruine kleur. Kan soms wrattig zijn en groeven kunnen voorkomen, deze zijn echter oppervlakkig en liggen eerder ver uit elkaar.

Blad


Eikenbladeren hebben een zeer typische vorm, het verschil echter met inheemse eiken is dat de lobben van de Amerikaanse eik spits getand zijn in plaats van gaaf gegolfd. Een belangrijk kenmerk om het onderscheid te maken met de moeraseik (Quercus palustris) is dat de bladeren van de Amerikaanse eik niet dieper dan de bladhelft zijn ingesneden.

Ze hebben een wigvormige bladvoet en de bladstelen zijn geelachtig en 2 tot 5 centimeter lang. Vaak is er een gradient van bleekgeel naar donkergroen waar te nemen op de bovenzijde van het blad, terwijl de onderzijde bleekgrijs is. In de herfst zijn de bladeren dofrood tot roodbruin (cf. “red oak”).

Knop & Twijg


Spitse knoppen die donkerrood tot bruinachtig zijn. De twijgen zijn glimmend, roodbruin en zijn eerder kaal. Wratjes kunnen er op voorkomen en op latere leeftijd worden ze dof glimmend en eerder grijs.

Bloem


De Amerikaanse eik heeft een onopvallend bloei en heeft geen echte sierwaarde. Mannelijke katjes worden 5 tot 8 centimeter en hebben een geelachtige kleur zonder kleur. De bloeiperiode valt in mei.

Vrucht


De eikels hebben een grootte van 1.5 tot 2 centimeter. Ze zijn cirkelvormig, afgeplat en zitten in een ondiep, breed napje met dunnen schubben die de eikel voor maximaal een kwart omsluit. Ze zijn rijp na twee jaar en kiemen daarna na de winter indien ze een koude periode achter de rug hebben (vernalisatie).

Beheer & Ecologie

Dynamiek van de wisselwerking tussen organismen en omgeving.

Bodemeisen

Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vrij vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot zure grond (zand en leem). Groeit zowel op rijke als arme en droge gronden, maar groeit niet of slecht op kleigronden.

Fytogeografie

Oorspronkelijk uit oostelijk Noord-Amerika. Op grote schaal aangeplant in Europa. In België is het een exoot.

Gevoeligheid

Uitlopende jonge twijgen en bladeren worden gegeten door herten en muizen. De Amerikaanse eik heeft geen thyllen (blaasvormige uitgroeiingen van levende cellen in een naburig houtvat, waardoor de holte hiervan geheel kan worden opgevuld) in de houtvaten, zodat indringen van zwammen vrij gemakkelijk kan geschieden.

Bosbouwkundige eigenschappen

Halfschaduw-lichtboomsoort; minder lichtminnend dan de inheemse eiken. De boom heeft een brede en dichte kroon en verdringt daardoor andere boomsoorten en laat geen ondergroei toe. Hinderlijke en opdringerige concurrent voor andere boomsoorten, vooral op armere, droge en zandige gronden.

Toch komt hij in zijn oorspronkelijke leefgebied vooral in gemengde bossen voor. Zeer hoge resprouting capacity, daardoor is hij moeilijk te bestrijden. Slechte strooiselkwaliteit. Door zijn sterke & agressieve concurrentiekracht wordt hij in de bosbouw steeds meer tegengewerkt door selectieve dunning, ringen en andere technieken.

Houtkwaliteit en -gebruik


Het hout wordt gebruikt voor vloeren en meubels. In de Verenigde Staten gebruikte men vroeger de aan looistof rijke bast voor het looien van leer.

Aankoop & Onderhoud

Onderhoud uw boom en vind een handelaar in uw buurt.

Waar te koop?

Onderhoud?